QUESTION IMAGE
Question
noteer de persoonsvormen in de tegenwoordige tijd.
1 de brandweer (beweren) dat zo’n ramp bijna nooit (gebeuren).
2 het (verbazen) me dat je elke zaterdag zo lang (uitslapen).
3 onze kat (jagen) graag op muizen, maar hij (doden) ze niet.
4 dat zijn vader wouts beltegoed (betalen), (vinden) ik maar vreemd.
5 als vita’s broertje ‘mama’ (zeggen), (bedoelen) hij eigenlijk ‘papa’.
6 omar (geloven) bijna alles wat patrick (vertellen).
7 doordat een gekantelde vrachtwagen de weg (blokkeren), (ondervinden) he verkeer veel hinder.
8 de patiënten (wachten) geduldig, totdat de tandarts hen (oproepen).
To solve this, we need to conjugate the verbs in the present tense (tegenwoordige tijd) for the correct subject (persoonvormen). Let's go through each sentence:
Sentence 1:
- Subject "De brandweer" (the fire brigade) is singular (third person singular). For "beweren", the present tense conjugation is "bewijst"? Wait, no, "beweren" is a regular verb. Wait, "De brandweer" is a collective noun, often treated as singular. So "beweren" (to claim) in present tense, third person singular: "bewijst"? Wait, no, "beweren" has conjugation: ik beweer, jij beweert, hij/zij/het beweert, wij beweren, jullie beweren, zij beweren. Wait, "De brandweer" is third person singular, so "beweert". Then "gebeuren" (to happen) in present tense, third person singular: "gebeurt". Wait, the sentence is "De brandweer (beweren) dat zo'n ramp bijna nooit (gebeuren)." So:
- "De brandweer beweert dat zo'n ramp bijna nooit gebeurt."
Sentence 2:
- "Het" (it) is third person singular. "verbazen" (to surprise) in present tense, third person singular: "verbaast". Then "uittslapen" (to sleep in) with subject "je" (you, informal, second person singular). So "je uittslapt". So:
- "Het verbaast me dat je elke zaterdag zo lang uittslapt."
Sentence 3:
- "Onze kat" (our cat) is third person singular. "jagen" (to hunt) in present tense, third person singular: "jagt". Then "doen" (to do) with subject "hij" (he, third person singular): "doet". Wait, the sentence is "Onze kat (jagen) graag op muizen, maar hij (doen) ze niet." Wait, "doen" here? Wait, maybe "doden"? No, "doden" is to kill. Wait, maybe a typo? Wait, original: "maar hij (doden) ze niet." Wait, maybe "doen"? No, "doden" is to kill. Wait, maybe "jagen" (hunt) and "doden" (kill). So "Onze kat jagt graag op muizen, maar hij doodt ze niet."
Sentence 4:
- "Dat zijn vader Wouts beltegoed (betalen)" – wait, "betalen" (to pay) with subject "vader Wouts" (father Wouts, third person singular): "betaalt". Then "vinden" (to find) with subject "ik" (I, first person singular): "vind". So:
- "Dat zijn vader Wouts beltegoed betaalt, vind ik maar vreemd."
Sentence 5:
- "Als Vita’s broertje ‘mama’ (zeggen)" – subject "Vita’s broertje" (Vita’s little brother, third person singular): "zegt". Then "bedoelen" (to mean) with subject "hij" (he, third person singular): "bedoelt". So:
- "Als Vita’s broertje ‘mama’ zegt, bedoelt hij eigenlijk ‘papa’."
Sentence 6:
- "Omar" (third person singular) "geloven" (to believe): "gelooft". Then "vertellen" (to tell) with subject "Patrick" (third person singular)? Wait, no, "wat Patrick (vertellen)" – wait, the sentence is "Omar (geloven) bijna alles wat Patrick (vertellen)." Wait, maybe "Omar gelooft bijna alles wat Patrick vertelt."
Sentence 7:
- "Doordat een gekantelde vrachtwagen de weg (blokkeren)" – subject "een gekantelde vrachtwagen" (a overturned truck, third person singular): "blokkeert". Then "ondervinden" (to experience) with subject "hij" (he, third person singular): "ondervindt". Wait, the sentence is "Doordat een gekantelde vrachtwagen de weg (blokkeren), (ondervinden) hij verkeer veel hinder." Wait, maybe "hij ondervindt verkeer veel hinder." So:
- "Doordat een gekantelde vrachtwagen de weg blokkeert, ondervindt hij verkeer veel hinder." (Note: "hinder" here is a noun, "hindrance".)
Sentence 8:
- "De patiënten" (the patients, third person plural) "wachten" (to wait) in present tense: "wachten" (since it's plural, the verb is "wachten"). Then "oproepen" (to call) with subject "de tanda…
Snap & solve any problem in the app
Get step-by-step solutions on Sovi AI
Photo-based solutions with guided steps
Explore more problems and detailed explanations
To solve this, we need to conjugate the verbs in the present tense (tegenwoordige tijd) for the correct subject (persoonvormen). Let's go through each sentence:
Sentence 1:
- Subject "De brandweer" (the fire brigade) is singular (third person singular). For "beweren", the present tense conjugation is "bewijst"? Wait, no, "beweren" is a regular verb. Wait, "De brandweer" is a collective noun, often treated as singular. So "beweren" (to claim) in present tense, third person singular: "bewijst"? Wait, no, "beweren" has conjugation: ik beweer, jij beweert, hij/zij/het beweert, wij beweren, jullie beweren, zij beweren. Wait, "De brandweer" is third person singular, so "beweert". Then "gebeuren" (to happen) in present tense, third person singular: "gebeurt". Wait, the sentence is "De brandweer (beweren) dat zo'n ramp bijna nooit (gebeuren)." So:
- "De brandweer beweert dat zo'n ramp bijna nooit gebeurt."
Sentence 2:
- "Het" (it) is third person singular. "verbazen" (to surprise) in present tense, third person singular: "verbaast". Then "uittslapen" (to sleep in) with subject "je" (you, informal, second person singular). So "je uittslapt". So:
- "Het verbaast me dat je elke zaterdag zo lang uittslapt."
Sentence 3:
- "Onze kat" (our cat) is third person singular. "jagen" (to hunt) in present tense, third person singular: "jagt". Then "doen" (to do) with subject "hij" (he, third person singular): "doet". Wait, the sentence is "Onze kat (jagen) graag op muizen, maar hij (doen) ze niet." Wait, "doen" here? Wait, maybe "doden"? No, "doden" is to kill. Wait, maybe a typo? Wait, original: "maar hij (doden) ze niet." Wait, maybe "doen"? No, "doden" is to kill. Wait, maybe "jagen" (hunt) and "doden" (kill). So "Onze kat jagt graag op muizen, maar hij doodt ze niet."
Sentence 4:
- "Dat zijn vader Wouts beltegoed (betalen)" – wait, "betalen" (to pay) with subject "vader Wouts" (father Wouts, third person singular): "betaalt". Then "vinden" (to find) with subject "ik" (I, first person singular): "vind". So:
- "Dat zijn vader Wouts beltegoed betaalt, vind ik maar vreemd."
Sentence 5:
- "Als Vita’s broertje ‘mama’ (zeggen)" – subject "Vita’s broertje" (Vita’s little brother, third person singular): "zegt". Then "bedoelen" (to mean) with subject "hij" (he, third person singular): "bedoelt". So:
- "Als Vita’s broertje ‘mama’ zegt, bedoelt hij eigenlijk ‘papa’."
Sentence 6:
- "Omar" (third person singular) "geloven" (to believe): "gelooft". Then "vertellen" (to tell) with subject "Patrick" (third person singular)? Wait, no, "wat Patrick (vertellen)" – wait, the sentence is "Omar (geloven) bijna alles wat Patrick (vertellen)." Wait, maybe "Omar gelooft bijna alles wat Patrick vertelt."
Sentence 7:
- "Doordat een gekantelde vrachtwagen de weg (blokkeren)" – subject "een gekantelde vrachtwagen" (a overturned truck, third person singular): "blokkeert". Then "ondervinden" (to experience) with subject "hij" (he, third person singular): "ondervindt". Wait, the sentence is "Doordat een gekantelde vrachtwagen de weg (blokkeren), (ondervinden) hij verkeer veel hinder." Wait, maybe "hij ondervindt verkeer veel hinder." So:
- "Doordat een gekantelde vrachtwagen de weg blokkeert, ondervindt hij verkeer veel hinder." (Note: "hinder" here is a noun, "hindrance".)
Sentence 8:
- "De patiënten" (the patients, third person plural) "wachten" (to wait) in present tense: "wachten" (since it's plural, the verb is "wachten"). Then "oproepen" (to call) with subject "de tandarts" (the dentist, third person singular): "oproept". Wait, "totdat de tandarts hen (oproepen)" – "hen" is them, so "de tandarts" (third person singular) "oproept" them. So:
- "De patiënten wachten geduldig, totdat de tandarts hen oproept."
Now, let's list all the conjugated verbs:
- De brandweer beweert dat zo'n ramp bijna nooit gebeurt.
- Het verbaast me dat je elke zaterdag zo lang uittslapt.
- Onze kat jagt graag op muizen, maar hij doodt ze niet.
- Dat zijn vader Wouts beltegoed betaalt, vind ik maar vreemd.
- Als Vita’s broertje ‘mama’ zegt, bedoelt hij eigenlijk ‘papa’.
- Omar gelooft bijna alles wat Patrick vertelt.
- Doordat een gekantelde vrachtwagen de weg blokkeert, ondervindt hij verkeer veel hinder.
- De patiënten wachten geduldig, totdat de tandarts hen oproept.
These are the correct present tense conjugations for each verb according to the subject (persoonvorm) in each sentence.